Den Haag,
10
september
2020
|
19:00
Europe/Amsterdam

Als één overheid, slagvaardig de toekomst tegemoet

De Nederlandse overheden kunnen en zullen het beter moeten doen, als het gaat om de grote maatschappelijke opgaven van vandaag. Er wordt te verkokerd gewerkt, er is weinig regie en er is geen sprake van gelijkwaardigheid tussen de overheidslagen. Het gebrek aan gelijkwaardigheid geldt ook op de beleidsterreinen die geheel zijn gedecentraliseerd. Tot slot ontbreekt het aan de goede financiële instrumenten. Dat heeft tot gevolg dat de Nederlandse overheid niet optimaal bijdraagt aan de grote maatschappelijk opgaven. Dit zijn de bevindingen van de studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen. De studiegroep, die bestaat uit ervaren bestuurders en hoge ambtenaren, presenteert vandaag zijn eindrapport, en beveelt de gezamenlijke overheden aan om veel gestructureerder te werk te gaan, door de inhoud van het werk beter te definiëren en beter samen te werken als één overheid. Theo Bovens, voorzitter van het Interprovinciaal Overleg: "Het eindrapport van de studiegroep geeft overtuigend aan dat grote maatschappelijke opgaven met meer daadkracht en resultaat kunnen worden aangepakt als de verschillende overheden in dit land hun krachten bundelen, én met elkaar voor oplossingen zorgen. Wij onderschrijven die lijn als middenbestuur van harte!”

Casussen en rode draden

De studiegroep keek in detail naar drie casussen en haalde daar generieke aanbevelingen uit. Voor de woningbouwopgave beveelt de studiegroep aan om via een regionaal gestuurd proces meer vaart te maken met het bouwen van nieuwe woningen. Er is ook meer regie nodig met oog voor de sociale vraagstukken, voor duurzaamheid en de ruimtelijke inpassing. Ook voor de energietransitie beveelt de studiegroep meer regie aan op de integraliteit van de klimaatopgaven. Daarnaast is meer kennisdeling nodig en mede op basis van kennis een regelmatige herijking van de opgave. En net als bij wonen is meer investeringsruimte wenselijk, vooral voor de warmte-infrastructuur. Voor de opvang van mensen met een geestelijke stoornis moet het maatschappelijk functioneren centraal komen te staan, en niet de afbouw van de GGZ. Dit vraagt om betrokkenheid van vrijwel alle partijen in het sociaal domein, die hun eigen hokje uit moeten durven.

Uit de drie casussen die de studiegroep gedetailleerd heeft geanalyseerd en met een groot aantal deskundigen heeft besproken, trekt de studiegroep ook meer algemene lessen voor het beter en meer gezamenlijk functioneren van de Nederlandse overheden. De studiegroep pleit voor interbestuurlijke programmateams om daarmee te komen tot minder verkokering en grotere gerichtheid op de uitvoering. Ook is het pleidooi om horizontaal of verticaal de regie te vergroten en de binding van afspraken te versterken. De studiegroep stelt een nieuw instrument voor, het intekenboek, om dat te bewerkstelligen. Een vergroting van het decentrale belastinggebied is nodig om de gelijkwaardigheid van de verschillende overheidslagen te vergroten. Na de decentralisaties is de onbalans te groot geworden, aldus de studiegroep. Verder moet regionaal samenwerken eenvoudiger worden. Daarop kan de wetgeving worden aangepast en kan het aantal regionale indelingen worden gesaneerd. De studiegroep beveelt een verbod aan op nieuwe regio-indelingen.

Volgens de voorzitter van de studiegroep, Bernard ter Haar, is het “bijzonder hoe slordig beleid en uitvoering zijn ingericht, terwijl de urgentie op een aantal vraagstukken groot is. De studiegroep heeft 14 concrete aanbevelingen gedaan waarvan een aantal op korte termijn kan worden opgepakt. Het hoeft niet te wachten op de komende kabinetsformatie, wat de studiegroep betreft.”

Het eindrapport wordt vandaag aangeboden aan de voorzitters van VNG, IPO en Unie van Waterschappen, de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën. Het rapport ‘Als één overheid, slagvaardig de toekomst tegemoet’ vindt u hier. Meer informatie over de studiegroep IFV vindt u op www.overheidvannu.nl