Den Haag,
29
januari
2018
|
00:00
Europe/Amsterdam

Coalitie neemt punten IPO over bij de behandeling van de Wet Voortgang Energietransitie

In 2010 is het toenmalige ministerie van EZ gestart met het moderniseren van de Elektriciteits- en Gaswet. Nadat de Eerste Kamer in 2015 de eerste herziening van deze wetten verwierp, behandelde de Tweede Kamer afgelopen week de modernisering van de Elektriciteits- en Gaswet bij de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VEt). Vanuit het IPO is een lobby ingezet op het verbreden van de mogelijkheden voor de netbeheerders en netwerkbedrijven.

Een dag voor de behandeling van de Wet VEt in de Tweede Kamer heeft de minister van EZK een Nota van Wijziging naar de Kamer gestuurd, waarin een belangrijk deel van de provinciale punten is overgenomen. Belangrijk is dat er meer vrijheid komt in de rol van netbeheerder/netwerkbedrijf; een uitbreiding van hun taken op basis van enkele principes is mogelijk op basis van de Nota van Wijziging.

De gezamenlijke provincies hebben daarnaast ingezet op het laten vervallen van de gasaansluitplicht voor nieuwbouwwoningen waarbij een ‘nee, geen gasaansluiting tenzij’ beleid werd nagestreefd. De gezamenlijke coalitiepartijen, VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, hebben voorafgaand aan het debat een amendement ingediend waarbij de gasaansluitplicht grotendeels komt te vervallen waarin ditzelfde ‘nee, tenzij’ principe werd gevolgd. Op dezelfde dag behandelde de Kamer ook een initiatiefwetsvoorstel van GroenLinks om de gasaansluitplicht te laten vervallen. Ten opzichte van dit wetsvoorstel biedt het ingediende amendement meer ruimte voor uitzonderingen bij hoge maatschappelijke kosten en vervalt ook de aansluitplicht voor kleinverbruikers.

Over het ondergronds aanleggen van hoogspanningskabels (verkabelen) zei de minister dat dit een lokale afweging moet zijn. Het ministerie is een gezamenlijk overleg gestart met het IPO en het Gemeentelijk Platform Hoogspanning om te kijken of die partijen daar ook meer samen in op kunnen trekken. De minister vindt dat zijn rol verder terughoudend moet zijn en wil provincies niet met de rekening opzadelen.