Lelystad,
06
september
2018
|
14:30
Europe/Amsterdam

Column CdK provincie Flevoland: Een volwassen provincie

Commissaris van de Koning Leen Verbeek komt graag buiten. Om bijvoorbeeld bijzondere bodemschatten te bekijken, om met u in gesprek te gaan of om per motor een lange toertocht te maken door Frankrijk. Zo verkent hij zijn horizon, maar ook Flevoland is in een nieuw licht komen te staan, constateert hij aan het begin van het nieuwe statenjaar.

‘Allereerst hoop ik dat u allemaal een goede zomer hebt gehad. In een ver vakantieland of gewoon thuis in de tuin. Het zou kunnen dat we elkaar tegen zijn gekomen op de Franse wegen. Zelf heb ik namelijk een flinke toertocht door de Pyreneeën gemaakt. Op mijn motor legde ik soms wel duizend kilometer per dag af. Ik houd van lange reizen. Het hoofd even leeg maken door soms letterlijk even afstand te nemen.

Zichtbaar
Misschien zijn we elkaar wel ergens tegengekomen, maar heeft u mij niet herkend. Dat gaat ook lastig in motorkleding. Ik vind het ook helemaal niet erg dat niet iedereen mijn naam weet te noemen. Als Commissaris ben ik niet iedere dag even zichtbaar. Maar ik ben er wel voor u, voor alle inwoners, ondernemers en organisaties die werken aan Flevoland. Samen met de gedeputeerden. In dat mooie Flevoland hoop ik binnenkort precies tien jaar uw Commissaris van de Koning te zijn.

Stelling nemen
Zoals ik al zei, is het soms echter ook goed om even afstand te nemen. We hebben de afgelopen periode veel meegemaakt in Flevoland. Positieve zaken als Flevokust of de viering van 100 jaar Zuiderzeewet. Maar ik denk ook aan de onrust in de Oostvaardersplassen en de spanningen binnen het bestuur van de provincie. Flevoland maakt een belangrijk proces door. We komen voor nieuwe vraagstukken te staan, waar we samen een passend antwoord op moeten vinden. Aan die zoektocht wil ik zelf ook bijdragen. Meestal houd ik mij daarbij op de achtergrond, maar soms maak ik ook bewust de keuze om duidelijk stelling te nemen. Ik heb gemerkt dat mensen dat soms van mij vragen. Daar ben ik vervolgens niet bang voor. En een Commissaris mag zeggen wat hij of zij vindt. Daar mogen anderen op hun beurt gerust een mening over hebben.

Groot geworden
In de afgelopen tien jaar heb ik Flevoland zien groeien. Almere is inmiddels de zevende stad van Nederland. Dat begint de stad zich zelf nu ook te realiseren. In zo’n grote plaats leeft steeds meer serieuze criminaliteit. Dat soort verschijnselen zijn relatief nieuw voor ons in deze provincie. We komen ook steeds meer agressieve actievoerders tegen. In andere provincies zijn ze daar al lange tijd aan gewend. Daar kunnen wij van leren. Flevoland gaat een nieuwe fase in en daar moeten we met elkaar op inspelen. In de Staten, maar ook in de samenleving. Zo vroeg mogelijk, zodat we goed voorbereid zijn op de dingen die komen gaan. De jongste provincie van het land is na dertig jaar toch echt wel groot geworden.’