Den Haag,
26
maart
2018
|
00:00
Europe/Amsterdam

Duurzame mobiliteit: Wat bepaalt het succes?

Waarom is mobiliteit zo’n complex vraagstuk? Een reis van A naar B kan uit een keten van verschillende vervoersmiddelen bestaan. Je rijdt op de fiets naar de bus die je naar het station brengt waar je op de trein stapt. Of op P&R-locaties aan de rand van het stad parkeer je de auto en stap je op bussen die snel en vaak richting centrum rijden. Om deze keten optimaal te organiseren en te verduurzamen zijn vele partijen uit deze schakel nodig: de drie overheidslagen, marktpartijen en reizigers. We hebben elkaar nodig en daarom is de Mobiliteitstafel van het Klimaatakkoord een prachtige kans,’ aldus Fleur Gräper-Van Koolwijk (Groningen), portefeuillehouder Duurzame mobiliteit. 

Fleur Gräper-Van Koolwijk: ‘Mobiliteit is een van de kerntaken van de provincies. We hebben een grote vinger in de pap: we zijn concessieverlener voor het openbaar vervoer, we bouwen en beheren wegen en fietspaden en onze bestuurders stemmen bij allerlei verkeers- en vervoersberaden en bij landelijke overleggen met gemeenten en Rijk af hoe de keten optimaal ingericht wordt.'

Duurzame keuzes aantrekkelijk maken
Gräper-Van Koolwijk realiseert zich dat het succes met name wordt bepaald door het feit of we het dagelijkse reisgedrag van mensen daadwerkelijk weten te veranderen: ‘Mensen kiezen zelf bij de voordeur of ze de fiets, bus of auto nemen. Als een bus vaker rijdt, langs alle hotspots en werkplekken, zullen ze eerder worden verleid op te stappen. Als een stad of dorp goede fietsvoorzieningen heeft, kies je sneller voor de fiets. Alleen als provincies, gemeenten, Rijk en bedrijfsleven samenwerken, kunnen we duurzaam reizen echt aantrekkelijk maken.Als we mensen tot die duurzame keten willen verleiden, moeten we zorgen voor een gevarieerd, naadloos werkend en aantrekkelijk aanbod.

En dat wil niet zeggen dat vanaf nu iedereen met het openbaar vervoer moet. Het is aan ons ervoor te zorgen dat het duurzame aanbod het beste alternatief is en dat er een ‘warme overdracht’ in de keten plaatsvindt. En op sommige plekken, met name in de landelijke buitengebieden, zal de (elektrische) auto de beste en enige keuze blijven.’ 

Van intenties naar afspraken, samen met het Rijk
De afgelopen jaren zijn veel pilots en experimenten gestart en Green Deals en andere intentieovereenkomsten getekend. Gräper-Van Koolwijk is er trots op: ‘Provincies doen daarin ontzettend veel, maar we willen als provincies graag een stap verder. Onze insteek is dat deze intentieovereenkomsten omgezet worden in concrete afspraken.

Veel van die afspraken kunnen we zelf harder maken, maar we hebben het Rijk daarbij wel nodig. Of het nu gaat om het maken van een stevige vuist bij de circulair inkopen van onze infrastructuur tot het mee financieren van laadinfrastructuur voor duurzame mobiliteit. We hebben het Rijk nodig. Door heldere ambities, prioriteiten en kaders te stellen en duidelijke spelregels en rolverdelingen te stimuleren, helpt het Rijk decentrale overheden enorm, want wegen en buslijnen houden niet op bij provincie- of concessiegrenzen.

Alleen door samen te werken kunnen we onze ambities op het gebied van duurzame mobiliteit bereiken en de doelstellingen uit het Parijse Klimaatakkoord halen. Daarom ben ik ook zo blij dat voor het Klimaatakkoord de eerste integrale Mobiliteitstafel ooit is opgezet. Nu kunnen we echt van start.’