Den Haag,
11
maart
2019
|
15:26
Europe/Amsterdam

Friezen en Zeeuwen het meest trots op hun provincie

Samenvatting

Friezen zijn het meest van alle Nederlanders trots op hun provincie. Driekwart van de inwoners zegt dat ze zeer trots zijn op Friesland. Op enige afstand volgen Zeeuwen, Drenten en Groningers. De inwoners van Zuid-Holland zijn het minst trots op hun provincie, blijkt uit een onderzoek van I&O Research in opdracht van de NOS en de regionale omroepen.

Van de ondervraagden voelen de meeste mensen (57 procent) zich in de eerste plaats Nederlander. In drie provincies ligt dat anders: Groningers, Friezen en Limburgers voelen zich meer verbonden met de provincie dan met Nederland. In Overijssel voelen de inwoners zich meer verbonden met hun streek (Twente, Salland) dan met de provincie, terwijl mensen in de Randstad-provincies zich vooral verbonden voelen met hun woonplaats. Vermoedelijk heeft dat te maken met de uitstraling van de grote steden.

Het meest trots is men in het algemeen op de natuur en de mentaliteit van de provinciegenoten, gevolgd door 'binnenstad/stadsgezicht', 'cultuur en traditie' of 'bedrijf/economie'. Opvallend is dat sportprestaties en individuele personen nauwelijks tot trots leiden. Anders dan misschien gedacht, worden voetbalclubs niet erg vaak genoemd als reden tot trots. Feyenoord is daarop een belangrijke uitzondering: 14 procent van de Zuid-Hollanders noemt de Rotterdamse club als reden om trots te zijn op hun provincie, beduidend meer dan in andere streken.

Ook opvallend is het verschil in trots tussen jongeren en ouderen. Jongeren roemen vooral de mentaliteit van de mensen. In het zuiden is dat de gemoedelijkheid, in de noordelijke en oostelijke provincies vooral de nuchterheid. In Groningen is nuchterheid zelfs het meest genoemde aspect. Jongeren in Groningen, Utrecht en Rotterdam zijn erg trots op hun stad, veel trotser in ieder geval dan de oudere bewoners.

Ook opvallend is het verschil in trots tussen jongeren en ouderen. Jongeren roemen vooral de mentaliteit van de mensen. In het zuiden is dat de gemoedelijkheid, in de noordelijke en oostelijke provincies vooral de nuchterheid. In Groningen is nuchterheid zelfs het meest genoemde aspect. Jongeren in Groningen, Utrecht en Rotterdam zijn erg trots op hun stad, veel trotser in ieder geval dan de oudere bewoners.

Ouderen zijn juist meer trots op de natuur in hun provincie: heide, bos, het landschap, de zee en de duinen. Vooral in Drenthe, Gelderland en Zeeland vindt men de natuur erg belangrijk.

Er is de inwoners ook gevraagd of ze zich schamen voor sommige kenmerken van hun provincie. Dat is bij 29 procent van de Nederlanders het geval. Meest genoemd aspect is opnieuw de mentaliteit: 13 procent van alle Nederlanders schaamt zich voor de instelling van de provinciegenoten. In Zeeland en Zuid-Holland geldt dat zelfs voor 18 procent. Flevolanders schamen zich relatief vaak voor hun stadsgezichten en de natuur.

De taal is voor een aanzienlijk deel van de Friezen (14 procent) en Limburgers (15 procent) reden voor schaamte. Landelijk ligt dat op 4 procent. Frappant is dat in Friesland en Limburg ook de trots op de taal veruit het grootst is. Mogelijk is dat het verschil tussen de autochtone bewoners en de 'import'. Limburgers schamen zich meer dan anderen voor het optreden van bepaalde provinciegenoten.