Den Haag ,
19
maart
2018
|
10:00
Europe/Amsterdam

Het Klimaatakkoord maakt ambities concreet

‘Een concrete uitwerking in cijfers, stappen en deadlines. Want alleen met een planmatige en gestructureerde aanpak gaan we onze doelen halen.’ Zo wil Jan Jacob van Dijk (Gelderland) de komende maanden aan de slag. Hij is vanuit het IPO betrokken bij het opstellen van het Klimaatakkoord. Het Rijk adviseert hij als gelijkwaardige partner op te treden, niet als koploper. ‘Zorg dat alle partijen zich verantwoordelijk voelen voor de energietransitie, inclusief de burger.’

Het kabinet heeft in het regeerakkoord een Klimaatakkoord aangekondigd om de uitstoot van broeikasgassen met 49% te beperken in 2030. Een hele klus, ook omdat er zoveel partijen bij betrokken zijn. Om per sector tot heldere afspraken te komen, zijn vijf inhoudelijke sectortafels (gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en landgebruik, elektriciteit en industrie) en een Klimaatberaad ingesteld. Aan een sectortafel werken decentrale overheden, Rijk, maatschappelijke partners en bedrijven de aanpak voor hun specifieke klimaatdoelen uit. Jan Jacob van Dijk is lid van de bestuurlijke delegatie van het Klimaatberaad, waardoor hij meewerkt aan de totstandkoming van het Klimaatakkoord.

Nog geen exacte wetenschap

Op 15 mei moet het Klimaatakkoord er in hoofdlijnen liggen. ‘Nog een kleine twee maanden dus, dat is kort dag. Dát is niet wat het ingewikkeld of spannend maakt’, vindt Van Dijk. ‘De tijdsdruk zorgt er juist voor dat iedereen zijn agenda’s leeg veegt om hiermee aan de slag te gaan. De grootste uitdaging is te komen tot een document met een concrete uitwerking in cijfers en heldere resultaatafspraken.’

Van Dijk doelt, onder andere, op het feit dat het nog niet altijd te voorspellen is wat een maatregel of aanpak oplevert voor de CO2-reductie. ‘Het resultaat van duurzame initiatieven en technologische ontwikkelingen is niet altijd exacte wetenschap. Wat levert bijvoorbeeld een biomassacentrale op de lange termijn concreet in cijfers op voor de energietransitie? En de technologische ontwikkelingen gaan maar voort. Dat betekent dat het ook moeilijk te voorspellen is wat de mogelijkheden over een aantal jaren zijn. Bovendien zijn er ook veel maatschappelijke dilemma’s, bijvoorbeeld op het gebied van windmolens of dierenwelzijn. Dat is niet in cijfers uit te drukken, maar we moeten er wel rekening mee houden.’

Hoe gaan we het in de provincie oppakken?

Toch zal er een plan van aanpak moeten worden uitgewerkt. ‘Ondanks het feit dat we niet alles kunnen voorspellen, zullen we de ambities concreet moeten gaan uitwerken. Anders blijven we hangen in ambitieuze formuleringen. Neem mijn eigen woonplaats Culemborg, een stad met 28.000 inwoners en zo’n 14.000 woningen. Vroeg of laat moet daar iedereen van het gas af, net zoals in de rest van Nederland. Welke lokale en regionale aanpassingen zijn daarvoor nodig? Gasleidingen moeten in kaart worden gebracht, want die moeten worden vervangen of worden ingezet voor duurzame alternatieven zoals biogas of waterstof. Hierover moeten afspraken worden gemaakt met Alliander. Ook de woningbouwcoöperaties moeten investeren in de overgang naar energieneutrale woningen.

In elk deel van Nederland gaan we bekijken: Hoe gaan we het hier doen? Wat betekenen bijvoorbeeld zonnepanelen en windmolens in deze gebieden? Dit gaan we vervolgens uitwerken in de Regionale Energie- en Klimaat strategieën. Mijns inziens, moet het resultaat van de sectortafels zijn: de concrete doelen, die we vervolgens uitwerken in een planmatige regionale aanpak, vertaald in cijfers, heldere doelstellingen en deadlines per regio.’

Grootste verandering na WO-II

Een concreet plan is niet alleen bevorderlijk voor het bereiken van de ambities, volgens van Dijk. Het maakt je ook een voorspelbare overheid, waardoor je het vertrouwen van de burger krijgt: ‘De energietransitie is de grootste verandering na de Tweede Wereldoorlog. We moeten afscheid nemen van de huidige economie. Straks koken we niet meer op gas, we rijden een elektrische auto, de werkgelegenheid ziet er anders uit.

Een grote transformatie waar veel burgers huiverig voor zijn. Het is niet zo dat ze er niet voor open staan, maar burgers willen weten waar ze aan toe zijn. Wat kost het en wat levert het hen op? Ook daarom is het zo belangrijk dat we per sector en onderwerp in concrete stappen kunnen laten zien welke veranderingen zullen plaatsvinden en op welke termijn. Dat maakt ons als overheid betrouwbaar.

Daarover moeten we het gesprek aangaan met de burger. Vragen wat voor hen acceptabel is. En de argumenten benoemen waarom de energietransitie noodzakelijk en onvermijdelijk is. We willen voor onze energie bijvoorbeeld niet afhankelijk worden van instabiele regio’s in het Midden-Oosten of Rusland. En de opwarming van de aarde kan tot gevolg hebben dat, vanwege de oplopende temperaturen in Azië en Afrika, migrantenstromen richting Europa nog meer toenemen. Bovendien levert het economische voordelen op om energie in eigen regio op te wekken in plaats van elders energie van fossiele brandstoffen in te kopen. En natuurlijk willen we onze planeet goed achterlaten voor ons nageslacht. Door deze kennis te delen, werken we aan draagvlak en bewustwording bij de burgers. Want we hebben hun medewerking nodig om de energietransitie te laten slagen.’

Stel je op als gelijkwaardige partner

Van Dijk was eerder betrokken bij het Gelders energieakkoord, waardoor hij al de nodige ervaring heeft opgedaan. ‘Wat ik daar vooral gezien heb, is dat binnen het partnerschap gelijkwaardigheid essentieel is. De provincie Gelderland nam in het begin van het proces het voortouw. Dat had tot gevolg dat de andere betrokken partijen zich teveel op de provincie gingen richten. Ze probeerden de provincie niet ‘bij te houden’, maar stelden zich afhankelijk op. In zo’n situatie ben je geen gelijkwaardige partners en ligt de druk en de verantwoordelijkheid bij die ene partij. Ik zou het Rijk hiervoor willen waarschuwen bij de totstandkoming van dit Klimaatakkoord.

Vanaf het begin van het traject moet iedereen een gelijkwaardige positie hebben en mag van iedereen dus ook input en verantwoordelijkheid worden verwacht. Samen met de VNG en de Unie van Waterschappen hebben we vanuit het IPO met de investeringsagenda al een zelfbewuste houding laten zien. Ons aanbod heeft vertrouwen gewekt bij andere partijen. Ook voor het Klimaatakkoord geldt dat het succes zit in de gezamenlijke inbreng en verantwoordelijkheid en daarmee het gezamenlijke draagvlak. En misschien moeten we ook eens op zoek naar een ambassadeur. Helden die het Klimaatakkoord promoten. En dan niet Rutte of een Jan Jacob van Dijk. Maar misschien wel Sven Kramer!’

Aanstaande donderdag 22 maart vindt de Ondertekening Green Deal 'Participatie van de Omgeving bij Duurzame Energieprojecten' plaats.

Op donderdag 5 april is het Congres Duurzaamheid, Sturen op de Energiestransitie.