Den Haag,
20
juni
2019
|
15:30
Europe/Amsterdam

Hou de vaart in ruimtevaart

De sector en de provincie Zuid-Holland onderschrijven de inhoudelijke focus van de Nota Ruimtevaartbeleid, maar constateren desastreus tekort aan financiële middelen.

Met de publicatie van de Nota Ruimtevaartbeleid is gisteren de inzet van het kabinet voor de komende jaren bekend gemaakt. Van groot belang daarin is de Nederlandse inschrijving in de optionele technologieprogramma’s van ESA.

Jeroen Rotteveel, voorzitter van de sectororganisatie SpaceNed: “Nederland zakt hiermee nog verder weg ten opzichte van de al historisch lage inschrijving van 2016. Dat betekent dat we het risico lopen om zowel de Nederlandse kennisambitie, als het marktpotentieel van de Nederlandse ruimtevaartsector niet waar te kunnen maken. Denk daarbij aan het versterken van onze rol in de ontwikkeling van een Europees klimaatinstrument, in het bijzonder de CO2 missie op Sentinel 7, of ontwikkeling van satellietonderdelen voor de commerciële ruimtevaartmarkt, zoals laser satellietcommunicatie”.

Nederland in onderste regionen ESA ranking

Ondanks een verhoging van de inschrijving voor optionele programma’s van €102 miljoen in 2016 naar €133,5 miljoen nu, schrijven andere ESA-lidstaten naar verwachting aanzienlijk meer in. Zo kondigde Spanje aan haar inschrijving met €350 miljoen te verhogen. In de ranking van bijdragen door de lidstaten, waar Nederland nu plaats 18 van 22 inneemt, dreigt verdere daling.

Commissaris van de Koning van de provincie Zuid-Holland, waar de activiteiten van de Nederlandse ruimtevaartsector zich concentreren, Jaap Smit: “ik ben teleurgesteld over deze te geringe inzet, die niet passend is bij onze statuur als gastland van ESA-ESTEC en schadelijk kan zijn voor de ontwikkeling van het Spacecluster in Nederland. Op deze manier houden we onvoldoende vaart in de ruimtevaart.”

Inhoudelijke toon van de Nota positief

Het Kabinet erkent het grote strategische, economische, wetenschappelijke én maatschappelijke belang van de Europese en Nederlandse ruimtevaart. Ruimtevaart is immers één van de weinige industriële sectoren in Europa die kan concurreren met bestaande (USA, Rusland) en nieuwe ruimtevaartmachten China en India. Met de veranderende economische en technologische verhoudingen in de wereld is het cruciaal om in het strategische veld van ruimtevaart voorop te blijven lopen.

De Nederlandse sector kán dat ook en is goed gepositioneerd om deel te nemen in de kern van de nieuwe Europese klimaatmissie (Sentinel 7 die CO2 gaat monitoren), om een substantieel marktaandeel te verwerven in de veilige optische satellietcommunicatie en om onderdelen te gaan leveren aan (mega-) constellaties. Nederland huisvest bovendien het technisch hart van de Europese ruimtevaart; ESTEC met 2800 internationale kenniswerkers in Noordwijk. Alle reden om de inschrijving van 2016 voor ESA optionele technologie programma’s te verdubbelen naar €200 miljoen.

Verdubbeling van het Nederlandse ruimtevaartbudget noodzakelijk

SpaceNed en de provincie Zuid-Holland streven naar een verdubbeling van het Nederlands ruimtevaartbudget; van €100 miljoen inschrijving in ESA optionele technologie programma’s in 2016 naar €200 miljoen in december 2019 (de facto een intensivering van €33 miljoen per jaar). Dit is niet alleen hard nodig om de in de afgelopen jaren opgelopen achterstand een beetje bij te trekken, maar vooral om de Nederlandse sector tijdig te positioneren voor belangrijke maatschappelijke en economische kansen. Dit zowel in de aankomende Europese klimaatmissie als in de veilige communicatiebelofte van de toekomst: optische satellietcommunicatie. Programma’s waar alle ESA lidstaten die kennis en kunde hebben vol op inzetten (slim met het oog op de hoge economische return).

Dit kabinet blijft steken op €133,5 miljoen zonder kabinetsbrede bijdrages uit andere ministeries

Leden van de Tweede Kamer hebben veelvuldig aangedrongen op een intensivering van de Nederlandse bijdrage aan ESA en hebben de Staatssecretaris opgeroepen andere departementen aan te haken om tot een intensivering te komen. Een logische oplossing: ruimtevaart betreft in wezen een strategische hightech infrastructuur naar en ín de ruimte, die voor bijna alle economische en maatschappelijke processen op aarde onmisbaar is. Vanuit die optiek is het onlogisch dat de bijdrage aan ESA alleen vanuit EZK en OC&W wordt geleverd.