Den Haag ,
01
april
2020
|
19:56
Europe/Amsterdam

Inwerkingtreding Omgevingswet vraagt extra tijd

Samenvatting

De invoering van de Omgevingswet kost meer tijd dan verwacht.
Dat schrijft minister Stientje van Veldhoven voor Milieu en Wonen aan de Eerste en Tweede Kamer. In de brief gaat de minister in op de haalbaarheid van de inwerkingtreding per 1 januari 2021.  

De combinatie van een stevige implementatieopgave en de maatregelen rond het coronavirus heeft grote impact op alle partijen die werken aan de Omgevingswet. 

De decentrale overheden, het Rijk en ICT-aanbieders werken ondertussen hard door aan de voorbereiding van de Omgevingswet. Ook het gezamenlijk werken aan de totstandkoming van de wet- en regelgeving gaat door. Alle partijen zien de voordelen van de Omgevingswet en zetten zich in voor een spoedige en zorgvuldige inwerkingtreding. Minister Van Veldhoven bespreekt met de rijkspartijen, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en de Unie van Waterschappen hoeveel extra tijd er nodig is om de Omgevingswet verantwoord in te laten gaan.

Het IPO vindt het besluit van de minister verstandig. Ondertussen zitten wij bij het IPO niet stil. Lees in de nieuwsbrief meer over de voortgang van de informatieproducten Natuur en Externe Veiligheid. Deze informatieproducten hebben we ook zonder de Omgevingswet nodig voor een goede uitvoering van de provinciale taken. De informatieproducten brengen we samen in de Informatiehuizen en worden ontsloten via het DSO zodra dit mogelijk is.

 

Meer informatie: de Kamerbrief met bijlagen dd. 1 april 2020 en de Aansluitmonitor