Den Haag,
01
juli
2020
|
13:06
Europe/Amsterdam

Inzicht in grondwateronttrekkingen door waterschappen en provincies

De gezamenlijke waterschappen en provincies informeren in het najaar de minister met een helder beeld ten aanzien van de vergunde en gemelde grondwateronttrekkingen. Dat gaat over aantallen, omvang en de handhaving. 

Droogte is nu al voor het derde jaar op rij een probleem. Om de droogteproblematiek aan te pakken is inzicht in de grondwatersituatie en de grondwateronttrekkingen belangrijk. In het debat van afgelopen maandag 22 juni 2020 in de Tweede Kamer zegde de minister een rapportage toe die een helder beeld moet geven over de grondwateronttrekkingen voor o.a. beregening. Waterschappen en provincies pakken het maken van die rapportage op voor heel Nederland.

Wie doet wat?

Op grond van de Waterwet (art 6.4) is de provincie bevoegd gezag voor de grondwateronttrekkingen en infiltraties ten behoeve van industriële toepassingen groter dan 150 000 m3 per jaar, de openbare drinkwatervoorziening en voor bodemenergiesystemen. In alle overige gevallen is het waterschap bevoegd gezag. Dit geldt dus ook voor beregening uit grondwaterputten door onder andere de landbouw.

Wateronttrekkingen zijn regionaal maatwerk.

Doordat de (grond)waterstanden in het oosten en zuiden van Nederland flink lager zijn dan normaal hebben verschillende waterschappen onttrekkingsverboden ingesteld voor oppervlaktewater en in kwetsbare gebieden ook voor grondwater. Sturen op de grondwatervoorraad is complex en kan dus sterk per regio verschillen. Oplossingen voor het beschermen van de grondwatervoorraad worden dan ook regionaal gemaakt in overleg met watergebruikers. Waterschappen en provincies zetten in op meer onderzoek naar het vasthouden van grondwater en de gevolgen van onttrekkingen.