Den Haag,
12
oktober
2019
|
18:56
Europe/Amsterdam

IPO verklaring over onrust over beleidsregel

Samenvatting

Tot voor kort zat de vergunningverlening in Nederland als gevolg van de uitspraak van de Raad van State volledig op slot. Provincies willen - met in achtneming van de ingewikkelde juridische context - dat vergunningverlening weer mogelijk wordt. Dit kan alleen als er sprake is van vermindering van stikstofuitstoot en dus binnen strikte randvoorwaarden.

Provincies zijn het bevoegd gezag voor vrijwel alle activiteiten waarvoor een WNB-vergunning nodig is. Deze vergunningen kunnen vanaf 11 oktober, behalve in de provincie Friesland, weer aangevraagd worden. Een uitzondering zijn bepaalde bedrijven uit de landbouwsector als het gaat om extern salderen. Extern salderen met dier- en fosfaatrechten is een optie in de beleidsregels die nu nog niet uitgevoerd kan worden, op verzoek van de minister van LNV. Hier is eerst een wetswijziging voor nodig.

Op dit moment bestaat er tussen het ministerie van LNV en de provincies een verschil van opvatting over de uitgangssituatie voor extern salderen. Dat geeft onduidelijkheid en onrust en die moet wat betreft de provincies worden opgelost. Daarnaast is er onrust ontstaan over de inname van bovengenoemde dier-en fosfaatrechten bij extern salderen. Dit is landelijk beleid. De wetswijziging die hierover duidelijkheid zal geven, is een verantwoordelijkheid van het ministerie van LNV.

De provincies zijn voor een duidelijke beleidsregel. Provincies willen enerzijds het stikstof probleem zoveel mogelijk terugdringen en anderzijds perspectief bieden aan initiatiefnemers. Juridische houdbaarheid en uitvoerbaarheid van de te verlenen vergunningen is daarbij een belangrijke randvoorwaarde. Een vermindering van de stikstofuitstoot - en daarmee strikte voorwaarden - zijn hiervoor noodzakelijk.

De provincies hebben de minister gevraagd om in gesprek te gaan om het verschil in interpretatie op te lossen. Provincies nemen de tijd om hier samen met de minister uit te komen. Ook zullen provincies de komende tijd met een aantal stakeholders zoals de landbouwsector, de bouwsector en natuurorganisaties in overleg treden. Ook zal de voortgang voortdurend gemonitord worden en zal er uiterlijk mei 2020 of zoveel eerder als nodig een evaluatie en zo nodig aanpassing plaatsvinden.