Den Haag,
18
december
2017
|
00:00
Europe/Amsterdam

IPO-directeur Henry Meijdam blikt terug op 2017: “Never a dull moment”

Wie zegt dat provincies saai zijn? Of geen bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke opgaves? Ook in 2017 hebben we op een aantal terreinen die beweringen niet alleen gelogenstraft, maar ook daadwerkelijk een aandeel gehad in de positieve profilering van provincies in Nederland.

Een massieve inzet met een aanbod aan de informateur: de investeringsagenda, daar zijn we het jaar 2017 mee begonnen! Aanvankelijk opereerde het IPO daarin zelfstandig, maar dit ging al snel verder in broederlijke samenwerking met de Unie van Waterschappen en de VNG. En het eindresultaat smaakt naar meer.

We konden de informateur een krachtig voorstel doen voor de organisatie en uitvoering van de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie.

Een unieke gebeurtenis. Niet eerder was er een dergelijk grootschalig aanbod in gezamenlijkheid tot stand gekomen. Het is dan ook, weliswaar logisch, maar toch bijzonder mooi dat het regeerakkoord hier nadrukkelijk ruimte voor biedt en de uitgestoken hand van IPO, UVW en VNG aanpakt. Op dit moment worden de regionale uitvoeringsstrategieën voorbereid, waarna we volgend jaar daadwerkelijk met de uitvoering van start hopen te gaan.

Het is voor ons een voorbeeld van de nieuwe werkwijze: niet geïsoleerd handelen vanuit het IPO, maar brede allianties vormen die samen verantwoordelijkheid nemen. Het leidt tot een aanstekelijk enthousiasme, een hoog tempo en aanwijsbare resultaten. Samen sterk voor CO-2 reductie krijgt op deze manier vleugels.

De werkwijze op basis van deelname door alle betrokken (overheids)partijen, zet zich veel breder voort. Na het rapport “Maak Verschil” en de gestarte proeftuinen, wordt nu op veel meer terreinen op basis van gelijkwaardigheid door overheden gewerkt aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Dat is ook nodig, want inwoners van ons mooie land interesseert het feitelijk niet wie zogenaamd “bevoegd gezag” is. De inwoners willen zaken opgelost zien.

En op dat vlak wint de nieuwe interbestuurlijke samenwerking snel terrein; een samenwerking die meestal ook is uitgebreid met andere maatschappelijke partijen.

We hebben het over samenwerken op het gebied van de nationale omgevingsvisie, het verticaal en horizontaal toezicht door overheidspartijen, het verdeelmodel voor het provinciefonds, de regionale economische agenda’s, de allianties voor verduurzaming van de landbouw.

Samenwerken, samenwerken, samenwerken, het is het hoofdingrediënt om al deze onderwerpen kansrijk beet te pakken. We hebben daarvoor een sterke opdrachtgever nodig. En dat zijn de provincies. Daarom is er veel werk gemaakt van het invullen van de rol van de twaalf provincies als onze opdrachtgever.

We doen pas iets, wanneer provincies aangeven behoefte aan actie te hebben én dat doen we, met maximale betrokkenheid vanuit de twaalf provincies.

Alleen dan vormen de provincies met elkaar een sterke eenheid. Alleen dan kan het IPO zijn ambitie om uit te groeien tot een “First in Class” organisatie echt invullen en als belangenbehartiger van betekenis zijn voor de provincies.

Want dat is en blijft ons uitgangspunt!

Voor het IPO is belangenbehartiging het belangrijkste doel, met als uitbreiding rondom dat kernproces een schil waarin gemeenschappelijke provinciale projecten en programma’s worden gerealiseerd en ondersteund.

Tenslotte: de laatste maanden van het jaar zijn velen van ons betrokken geweest bij het voorbereiden van een Interbestuurlijk Programma, waarbij het Rijk en de medeoverheden afspraken maken over de samenwerking in het komend jaar.

Gelijkwaardigheid en financiële autonomie, dat zijn hierbij onze belangrijkste uitgangspunten. Want beiden zijn onmisbaar in een moderne bestuurlijke verhouding. Daar is het IPO zich terdege van bewust; het is een van de belangrijkste redenen om deze intensieve en uitgebreide exercitie aan te gaan.

En we hebben zin in de volgende stappen die ons verder zullen brengen naar die interbestuurlijke samenwerking tussen en met provincies, het Rijk en alle betrokken partners. Toewerken naar een resultaat waarin ons uiteindelijke, gezamenlijke doel concreet wordt: het bevorderen van het welzijn van mensen, want daar is ons werk in zijn aard op gericht. Daar doen we het voor.

Daarom wil ik eindigen met mijn oprechte wens dat U alle persoonlijke voorspoed, geluk en gezondheid mag meemaken, zoveel als een mens hoopt en verlangt.

Ik wens U een gelukkig en liefdevol 2018 toe!