20
augustus
2018
|
00:00
Europe/Amsterdam

Klimaatadaptief beleid is meer dan ooit nodig

Samenvatting

Deze zomer is er een van aanhoudende droogte en warmte. De watervraag is groter dan het wateraanbod; er is sinds enkele weken sprake van een feitelijk watertekort. Inmiddels is het neerslagtekort opgelopen tot recordhoogtes, met name in delen van Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel. Het tekort lijkt zijn piek te hebben gehad nu er ook weer periodes met regen zijn, maar het is een uitzonderlijk droog jaar. De gevolgen hiervan zijn zichtbaar en voelbaar.

Vrijwel elk jaar komt de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) – waarin ook de provincies vertegenwoordigd zijn - in actie om droogteperiodes te voorzien. Onder omstandigheden van een dreigend watertekort volgen concrete maatregelen. Denk aan extra waterbuffering in IJsselmeer en Markermeer. Bij een feitelijk watertekort worden aanvullende maatregelen voorbereid en ter besluitvorming aan met Managementteam Watertekorten voorgelegd. Zo worden sluizen minder frequent geschut om verlies van zoet water te beperken en indringing van zout water te bestrijden. Dit zijn korte termijn maatregelen, gericht op het adequaat tegengaan van de directe effecten van watertekort. De verdringingsreeks is hierbij de lat waarlangs maatregelen worden gelegd: er bestaat een rangorde voor de verdeling van het water.

afbeelding verdringingsreeks_ (002).jpg

Onmiskenbare rol voor de provincie

Watertekort raakt aan diverse terreinen waar de provincie verantwoordelijkheid voor draagt. In de eerste plaats betreft dit waterzaken: denk aan strategisch beleid voor de regionale watersystemen, het vastleggen van waterkwaliteitsdoelen, grondwater (onttrekkingen) inclusief vergunningverlening, vaarwegbeheer, en zwemwater. Daarnaast is er impact van droogte en hitte op provinciale infrastructuur (wegen, vaarwegen, kunstwerken), milieu en gezondheid en uiteraard natuur (biodiversiteitsdoelstellingen, natuurbranden).

Vanuit deze betrokkenheid en verantwoordelijkheid, speelt de provincie een belangrijke rol in het omgaan met watertekorten en droogte. En ook in het beleidsmatig vormgeven van het kunnen anticiperen op droogte.

Impact op natuur

Het voorkomen van onomkeerbare schade aan natuur kent in de aanpak van de verdringingsreeks de hoogste prioriteit, categorie 1. Daarom is het essentieel dat we als provincies een duidelijk beeld hebben van categorie 1 natuur. Welke gebieden en populaties behoren hiertoe? In de Regionale Droogte Overleggen die adviseren aan LCW brengen RWS, waterschappen en provincies hun kennis en kunde samen; daarbij zal ook kennis van terreinbeheerders moeten worden ingezet.

Afgelopen weken zijn in veel gebieden extra maatregelen getroffen om onomkeerbare schade aan de natuur te voorkomen.

Maatregelen die momenteel worden getroffen door waterbeheerders:

  • Waterpeil rond hoogveengebieden hoog houden
  • Water inlaten in laagveengebieden
  • Vispopulaties wegvangen in droogvallende beken op Veluwe, in de Achterhoek en in het stroomgebied van de Dommel
  • Grondwater onttrekken in inlaten in de bovenlopen van beken waar zeer bijzondere en geïsoleerde populaties vissen en amfibieën voorkomen
  • Beregeningsverboden oppervlaktewater
  • In Twente gelden onttrekkingsverboden voor zowel oppervlakte- als grondwater in verband met beregening

We zien dat er zowel door inlaten van rijkswater als aanvoer van regionaal water inspanningen worden gedaan om natuurgebieden van voldoende water te voorzien. Niet overal kan water worden aangevoerd of is het wenselijk dat gebiedsvreemd water wordt ingelaten. Inmiddels worden door terreinbeheerders en experts de eerste meldingen gedaan dat er mogelijk onomkeerbare schade is opgetreden door het volledig droogvallen van sommige gebieden, met name vennen in veengebieden. Gevreesd wordt dat hiermee bepaalde geïsoleerde populaties zijn uitgestorven en niet zullen terugkeren. Hoopvol zijn tegelijkertijd de signalen dat vooral op plekken waar grootschalig is geïnvesteerd in herstel van hydrologie in en rond veengebieden er zichtbaar sprake is van robuustere natuur.

Wake up call

De aanhoudende droogte is een voorbeeld van de negatieve effecten van klimaatverandering die nú al optreden. Volgens experts gaan de veranderingen sneller dan gedacht. Extreme regenval én droogte die voorspeld waren voor het jaar 2050, doen zich nu al voor.

Ook als de klimaatdoelen van het akkoord van Parijs gehaald worden, zal er nog steeds sprake zijn van CO2-uitstoot en moeten we blijven adapteren. Daarom is klimaatadaptief beleid meer dan ooit nodig. Zodat Nederland ‘waterrobuust en klimaatbestendig’ wordt. De kaders hiervoor liggen in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) en de Nationale Adaptatie Strategie (NAS). Een groot deel van deze opgaven komt terecht bij de ‘decentrale overheden’, ofwel gemeenten, waterschappen en provincies in samenwerking met burgers, bedrijven en maatschappelijke partijen.

Het beleid hiertoe moet in 2020 zijn vastgelegd. Daartoe moeten gemeenten en waterschappen in 2018 en 2019 ‘stresstesten’ doen, gericht op de lokale en regionale gevolgen van wateroverlast, watertekort en hitte. De effecten op landbouw, natuur en stedelijke omgeving moeten in beeld komen, zodat op basis daarvan dialoog plaatsvindt over passende maatregelen.

Provincies vervullen een essentiële rol hierin. Onder andere door actief een rol te nemen in het opstellen van regionale adaptatiestrategieën, waarin de uitwerking van klimaatadaptatie vorm krijgt. De impact van de huidige watertekorten is een ‘wake up call’ om werk te maken van klimaatadaptatie. In heel Nederland.