28
september
2018
|
14:00
Europe/Amsterdam

‘Klimaatplannen vragen om duidelijke kaders vanuit Rijk’

Samenvatting

49% emissiereductie in 2030. Dat is het doel van het te sluiten Klimaatakkoord. Deze zomer werd het Voorstel voor Hoofdlijnen van het Klimaatakkoord gepresenteerd. Vandaag kwamen de planbureaus met een analyse die zicht geeft op de haalbaarheid van het voorstel. De provincies zien de adviezen van de planbureaus als goede aanknopingspunten voor verdere uitwerking, met een noodzaak voor regionaal maatwerk. Zij stellen de hiervoor Regionale Energie Strategieën (RES) op. ‘We kunnen deze strategieën alleen succesvol uitvoeren met duidelijke beleids- en budgettaire kaders vanuit het Rijk’ zegt Jop Fackeldey, IPO bestuurder Energie, over de analyse. 

Provincies werken al geruime tijd ambitieus aan de energietransitie. ‘Vanuit de Regionale Energie Strategieën gaan we als provincies samenwerken met andere decentrale overheden, het bedrijfsleven en partners in de regio aan bouwsteen om de energietransitie-opgaven te realiseren. We proberen zoveel mogelijk hernieuwbare energieprojecten ruimtelijk mogelijk te maken en hierin te investeren. Maar het is duidelijk dat wanneer we naar de doelen voor 2030 en 2050 kijken, dat op Rijksniveau de randvoorwaarden op orde moeten zijn. Zolang deze niet zijn geregeld, kunnen er onvoldoende stappen worden gezet’, aldus Jop Fackeldey.

Financieringsvraagstuk
Er is nog geen zicht op waar en hoe de kosten van de energietransitie belegd gaan worden. ‘Het is voor provincies vanzelfsprekend dat de rekening van de energietransitie op een eerlijke manier verdeeld moet gaan worden en dat iedereen in staat gesteld moet worden om de transitie te realiseren. Zo moet het voor woningeigenaren financieel haalbaar en aantrekkelijk worden om een eigen woning te verduurzamen. Dat kan bijvoorbeeld met een lening voor het verduurzamen van het huis die gekoppeld is aan het huis en niet aan de hypotheek. Banken, Rijk en financiële organisaties moeten dit mogelijk maken. En zo zullen ook bedrijven, waaronder de industrie, moeten investeren in de gevraagde maatregelen’.

Prioriteit ter voorkoming van afwenteling op landschap
Provincies zien dat de ruimte voor hernieuwbare elektriciteit grenzen kent. Windenergie en zonne-energie op land zullen tot 2030 nodig zijn om in onze elektriciteitsbehoefte te voorzien. ‘Omdat de ruimte in Nederland schaars is roepen we als provincies de sectoren op om zoveel mogelijk in te zetten op energiebesparing. En we vragen het Rijk om deze inzet te stimuleren. Vooral in de industrie, via andere productieprocessen, en in de mobiliteitssector door andere modaliteiten te stimuleren, kunnen hier grote resultaten worden bereikt’.

Speelveld op orde
‘We zien dat in de praktijk nog te vaak lopen energieprojecten vastlopen op belemmerende wet- en regelgeving, zoals de radarbeperkingen bij wind op land. Deze beperkingen moeten we als overheden zo snel mogelijk oplossen. Omdat we in de regio’s de komende jaren nieuwe belemmeringen zullen ontdekken willen we ook na het sluiten van het Klimaatakkoord nauw blijven samenwerken, zodat we ook tijdens de rit de belemmeringen blijven aanpakken. Hiernaast constateren we dat duurzame alternatieven nu nog onvoldoende kunnen concurreren met fossiele bronnen. Het is noodzakelijk dat voor alternatieven zoals warmte een level playing field wordt gecreëerd in relatie tot aardgas’.

Kans
‘De energietransitie is een grote kans voor onze economie. We creëren ‘banen van de toekomst’ en zetten in op innovatie en vernieuwing. De provincies zetten zich dan ook graag in deze kans te grijpen’, aldus Jop Fackeldey over de uitwerking van de plannen in een landelijke gedragen Klimaatakkoord.