Haarlem ,
16
april
2020
|
13:35
Europe/Amsterdam

Koe in de wei blijft vergunningvrij (Noord-Holland)

Boeren die hun koeien in de wei laten grazen hebben daar geen aparte vergunning voor nodig. Beweiden is al onderdeel van de vergunning voor stalemissies. De provincie Noord-Holland vindt dat het beweiden van vee een normaal onderdeel is van het boerenbedrijf.

Het beweiden van weilanden door vee is al sinds jaar en dag een normaal onderdeel van de bedrijfsvoering in de veehouderij. Het hoort bij het Noord-Hollandse landschap. Het is voor de stikstofuitstoot ook gunstiger om koeien in de wei te laten in plaats van alleen op stal te houden. Op stal vermengen urine en vaste mest, en in dat proces komt stikstof vrij.

Vergunning

Dit zal betekenen dat een losse aanvraag voor beweiden wordt geweigerd, met begeleidend bericht dat een vergunning hiervoor niet vereist is (een zogeheten ´positieve weigering´). Aanvragen waarin stal- en beweidingsvergunning gesplitst zijn, zullen als 1 geheel worden behandeld. 

Uitvoering

De provincie oordeelt dat boeren in hun stalvergunning al een vergunning hebben voor het houden van hun dieren, inclusief de uitstoot die daarbij vrijkomt. In lijn met het advies van de Commissie Remkes vindt Noord-Holland dat beweiden daardoor niet kan leiden tot meer uitstoot dan al in de stalvergunning is beoordeeld. De andere 11 provincies en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zijn het daarmee eens.

Een afzonderlijke vergunning volgens de Wet Natuurbescherming voor het beweiden zou dan ook dubbel zijn. Lopende en nieuwe vergunningaanvragen voor stallen worden alleen beoordeeld op de uitstoot die vrijkomt uit de stallen. Handhavingsverzoeken die vanwege de onduidelijkheid rondom de beweidingsregels bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord zijn binnengekomen, zullen worden afgewezen.

Toetsen aan de praktijk

Vanaf nu werken provincies in het hele land volgens deze afspraken over het beweiden. Handhavingsverzoeken zullen de provincies op basis hiervan afwijzen. Het is aan de rechter of de gehanteerde aanpak voldoet of dat deze moet worden aangepast.