Den Haag ,
16
april
2020
|
13:25
Europe/Amsterdam

Koe in de wei blijft vergunningvrij (Zuid-Holland)

Boeren die hun koeien in de wei laten grazen hebben daar geen afzonderlijke vergunning voor nodig. Beweiden is namelijk al onderdeel van de vergunning voor stalemissies. Dit hebben de colleges van Gedeputeerde Staten van alle provincies op 14 april bekrachtigd. De 12 provincies delen het standpunt dat het beweiden van vee een normaal onderdeel is van het boerenbedrijf.

Ook in Zuid-Holland zien we dit jaar gewoon weer koeien in de wei. Gedeputeerde Jeannette Baljeu (Coördinatie aanpak stikstof): “Het oplossen van het stikstofprobleem vraagt in iedere provincie net weer iets anders, maar over het beweiden waren we het snel eens. Koeien horen gewoon in de wei. Gelukkig denken zowel minister Schouten als de collega’s in de andere provincies daar ook zo over.”

Haar collega Adri Bom-Lemstra (Land- en tuinbouw): “We hebben jarenlang gestimuleerd dat koeien naar buiten konden, want dat hoort bij ons Hollandse landschap. Bovendien draagt weidegang bij aan het verminderen van de uitstoot van stikstof. Mooi dat er nu weer duidelijkheid is voor onze boeren.”

Hoe gaat het in zijn werk?

De minister en de provincies redeneren dat boeren op basis van de vergunning voor de stal al toestemming hebben voor het houden van hun dieren, inclusief de uitstoot die daarbij vrijkomt. In lijn met het advies van de Commissie Remkes stellen zij zich op het standpunt dat beweiden daardoor niet kan leiden tot meer uitstoot. Een afzonderlijke vergunning volgens de Wet Natuurbescherming voor het beweiden zou dan ook dubbelop zijn. Lopende en nieuwe vergunningaanvragen voor stallen worden door de provincies alleen beoordeeld op de uitstoot die vrijkomt uit de stallen.

Toetsen aan de praktijk

Vanaf nu werken provincies in het hele land volgens deze afspraken over het beweiden. Eventuele handhavingsverzoeken die zijn binnengekomen doordat er onduidelijkheid bestond over de regels rondom beweiden zullen door de provincies worden afgewezen. Het is aan de rechter of de gehanteerde aanpak voldoet of dat deze aangepast moet worden.