21
december
2018
|
16:48
Europe/Amsterdam

Ontwerp van het Klimaatakkoord serieuze stap vooruit

Samenvatting

Op 21 december is het “Ontwerp van het Klimaatakkoord” door Ed Nijpels als voorzitter van het Klimaatberaad aangeboden aan minister Wiebes als coördinerend bewindspersoon Economische Zaken en Klimaat.

Het IPO is blij met de inbreng die de provincies hebben kunnen leveren om samen met medeoverheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen tot dit maatregelenpakket te komen over de manier waarop Nederland de CO2-uitstoot terugdringt in 2030. De inzet van de provincies bouwde voort op het door IPO-bestuur samen met VNG en Unie van Waterschappen aangeboden Investeringsagenda ‘naar een duurzaam Nederland’.

De onderhandelingen hebben geleid tot het vandaag gepresenteerde maatregelenpakket waarmee serieuze stappen vooruit zijn gezet naar een klimaatakkoord in 2019. Het IPO is blij met de stevige en noodzakelijke plek die regionale-energiestrategieën hebben gekregen en verworven in dit pakket. Voor landbouw en landgebruik is de gezamenlijke inzet om de klimaatopgave als onderdeel van de integrale aanpak mee te nemen in de tekst opgenomen. En voor Elektriciteit en Gebouwde Omgeving het belang van maatschappelijk draagvlak en participatie bij het realiseren van de opgave. Ten aanzien van mobiliteit is de integrale aanpak van mobiliteit als middel om verschillende maatschappelijke opgaven te realiseren, uit te werken in Regionale Mobiliteitsprogramma’s onderdeel van het pakket. En is het IPO ook verheugd met de wettelijke borging van CO2-reductie voor Industrie als onderdeel van het maatregelenpakket.

Haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar
Een succesvolle transitie vraagt naar de mening van provincies om haalbare, betaalbare en uitvoerbare maatregelen. Want de impact van de voorgestelde maatregelen is zeer groot en draagvlak is bepalend voor de uitvoering. Dat vraagt om een eerlijke lastenverdeling tussen inwoners en bedrijven. De haalbaarheid van de maatregelen vraagt om een eerlijker verdeling van de lusten. Dat betekent voor provincies dat projecten voor duurzame opwek van energie óók investeren in de omgeving. Zodat álle inwoners profiteren, en niet alleen degene die financieel kunnen participeren. Provincies zetten zich van oudsher actief in voor maatschappelijke opgaven. Dat kan alleen als provincies de uitvoeringslasten kunnen dragen en het eigen belastinggebied met een stabiele grondslag en open huishouding behouden blijft. Met die zekerheid kunnen provincies met grote inzet door werken aan álle grote maatschappelijke opgaven, waaronder aan deze grote verbouwing van Nederland.

Hoe verder
De doorrekeningen van het PBL geven antwoord op de haalbaarheid, die van het CBS geeft antwoord op de betaalbaarheid en een gezamenlijk onderzoek van alle overheden naar de uitvoeringslasten geeft inzicht in de uitvoerbaarheid. Het IPO-bestuur bespreekt eind januari of het maatregelenpakket voldoende vertrouwen geeft op weg naar een klimaatakkoord in 2019 onder voorbehoud van deze doorrekeningen. Na de uitkomsten van de doorrekeningen in maart komt het IPO met een appreciatie. Afhankelijk van de reacties en gesprekken kan dit de opmaat zijn naar besluitvorming in het IPO-bestuur rond de zomer, zodat in het derde kwartaal besluitvorming door de afzonderlijke provincies kan starten.

Zie ook het gezamenlijke persbericht van IPO, VNG en Unie van Waterschappen

Naar ‘ontwerp van het klimaatakkoord’