Den Bosch ,
06
december
2019
|
16:30
Europe/Amsterdam

Provinciebestuur presenteert Brabantse Aanpak Stikstof

Teveel stikstofuitstoot is slecht voor de natuur. Met de Brabantse aanpak wil het provinciebestuur een dalende lijn van stikstofdepositie op beschermde natuur tot stand brengen. Tegelijkertijd willen GS ruimte bieden aan maatschappelijke en economische activiteiten. Dat vraag om een nieuwe balans.

Gedeputeerde Staten zetten in op een ambitieuze gebiedsgerichte aanpak en generieke maatregelen. De Beleidsregel natuurbescherming, basis voor de vergunningverlening, wordt aangepast en in belangrijke mate in lijn gebracht met de landelijke afspraken. Het Brabantse veehouderijbeleid wordt doorgezet, waarbij termijnen worden aangepast. Voor de toepassing van innovatieve stalsystemen wordt samen met partners een nader uitwerkingsplan gemaakt.

Brabant heeft relatief veel stikstofgevoelige natuur, een hoge bevolkingsdichtheid, een flinke ruimtelijke dynamiek met industrie en wegen en een hoge veedichtheid. Net als in het verleden wil dit provinciebestuur voor de toekomst een goede balans borgen tussen maatschappelijke economische ontwikkelingen en natuur. 

Gebiedsgerichte aanpak

14 van de 21 Brabantse Natura 2000-gebieden zijn stikstofgevoelig. Per gebied wordt daarom in samenspraak met maatschappelijke partners structureel gewerkt aan het terugdringen van stikstofneerslag en het gelijktijdig realiseren van voldoende ontwikkelruimte voor economische en maatschappelijke activiteiten. In de periode 2020 – 2022 zetten Gedeputeerde Staten in op het uitkopen van stikstofbronnen met een fikse depositie in een zone rondom Natura 2000 gebieden. Voor effecten op de langere termijn (2020 – 2030) komt er per gebied een duidelijk pad voor afname van stikstofneerslag. Het doel is daarbij 25 tot 40 procent reductie in 10 jaar. Deze integrale gebiedsaanpak richt zich daarnaast op gewenste ontwikkelingen, zoals landbouwtransitie, vrije tijdseconomie en verdrogingsaanpak.

Nieuwe provinciale Beleidsregel natuurbescherming

De provincie en het Rijk zitten op één lijn voor wat betreft de regels over gebruik van en het aanbieden of aankopen van stikstofruimte in een vergunning. Zo is de afspraak dat bij extern salderen het aankopende bedrijf 70 procent van de stikstofruimte binnen de feitelijk gerealiseerde capaciteit van het stoppende bedrijf mag overnemen. De andere 30 procent komt ten goede aan de natuur. Brabant heeft de vrijheid om, gemotiveerd, voor zwaarbelaste gebieden een groter deel af te romen. Deze mogelijkheid wordt nu nog niet ingezet maar voor de toekomst opengehouden.

De stikstofruimte die vrijkomt bij het vernieuwen van verouderde stalsystemen zoals besloten in de Versnelling Transitie Veehouderij uit 2017 vallen hier niet onder. Deze zijn niet beschikbaar voor extern salderen. Daarnaast willen Gedeputeerde Staten dat wanneer ruimte in een vergunning niet gebruikt wordt, deze na een bepaalde tijd komt te vervallen (het ‘use-it-or-lose-it’principe) en gebruik maken van de mogelijkheid om te verleasen, waarbij stikstofruimte tijdelijk beschikbaar gesteld wordt voor andere activiteiten. Ook zet het college in op spoedige realisatie van “stikstofbanken” per natuurgebied, waaruit stikstofruimte kan worden uitgegeven. 

Economische ontwikkeling en woningbouw

Brabant blijft in beweging, dat is de inzet van het college. Daarom zet de provincie in op de verwerving van stikstofruimte en het instellen van gebiedsspecifieke drempelwaarden. Daarmee wil zij relevante economische en maatschappelijke ontwikkelingen met een relatief beperkte en vaak tijdelijke stikstofemissie, zoals woningbouw, mogelijk maken. Investeren in innovatie is daarnaast in alle sectoren belangrijk. Zo zijn er voor de industrie veel technische mogelijkheden beschikbaar om stikstofemissie substantieel te verlagen. 

Samenhangend pakket maatregelen veehouderij

Gedeputeerde Staten zien groot belang in een goed samengaan van de gebiedsgerichte aanpak, de subsidieregeling Warme Sanering Varkenshouderijen (van het Rijk), de nieuwe beleidsregel Natuurbescherming en het eerder ingezette Brabantse beleid voor vernieuwing van stalsystemen (Interim Omgevingsverordening, IOV). Een goede samenhang moet leiden tot een groter effect dan de som der delen.

Om dat zorgvuldig te doen, waarbij agrarische ondernemers voldoende tijd hebben om verantwoorde (investerings)beslissingen nemen, moeten termijnen in eerdere besluiten worden aangepast. De deadline voor het indienen van een vergunning voor nieuwe stalsystemen verschuift van 1 april 2020 naar 1 januari 2021. De realisatie van de nieuwe stalsystemen verschuift naar 1 oktober 2022. Samen met partners wordt een uitwerkingsplan gemaakt hoe op een goede en flexibele wijze ingezet kan worden op innovatieve stalsystemen, inclusief bindende afspraken en een systeem van borging. Het doelbereik, zoals vastgelegd met de eerdere besluiten van 2017, blijft daarbij voorwaardelijk. 

Toekomstige aanvulling op de Brabantse Aanpak Stikstof

Om deze aanpak niet alleen tot een bestuurlijke maar ook een Brabantbreed gedragen aanpak te laten zijn, hebben er in de afgelopen periode gesprekken met partners in alle sectoren plaatsgevonden. Op basis van deze constructieve gesprekken zal de provincie de komende tijd de Brabantse aanpak Stikstof verder samen met deze partners vormgeven.

Gedeputeerde Staten stellen dinsdag 10 december de Beleidsregel natuurbescherming vast. Toekomstige adviezen van de Commissie Remkes en plannen van het kabinet (bijvoorbeeld op het gebied van dier- en fosfaatrechten) worden later in deze Brabantse aanpak verwerkt.