Den Haag,
22
november
2019
|
17:04
Europe/Amsterdam

Provincies scharen zich achter klimaatakkoord

Samenvatting

De 12 Nederlandse provincies scharen zich gezamenlijk achter het klimaatakkoord. Dat betekent dat de provincies zich inzetten om de uitstoot van broeikasgassen met 49% te verminderen ten opzichte van de uitstoot in 1990. De gezamenlijke provincies zijn het er over eens dat het sterk terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen van het grootste belang is voor de kwaliteit, de stabiliteit en de veiligheid van onze leefomgeving.

Overheden werken samen 
Bij het realiseren van de doelen uit het klimaatakkoord is goede samenwerking tussen alle overheden cruciaal. Noord-Hollands gedeputeerde Edward Stigter: “De beslissingen die we op lokaal, regionaal en nationaal niveau zullen nemen liggen in elkaars verlengde. Samen met de gemeenten en waterschappen dringen de provincies erop aan dat we bij de noodzakelijke nieuwe wetgeving (Warmtewet, de energiewet en de Waterschapswet) vanaf een vroeg stadium in alle organen mee kunnen praten en beslissen. Dit gaat over ons, dus daar moeten we over kunnen meebeslissen.”

Uitvoerbaar, haalbaar en betaalbaar
“Onze ambitie staat als een huis,” aldus Flevolands gedeputeerde Jop Fackeldey. “Een gezond realisme hoort daarbij. Als van ons verwacht wordt dat de lat hoog ligt, horen daar ook de nodige financiële middelen bij. Daarover zijn we in gesprek met de rijksoverheid.” De provincies zien er binnen hun mogelijkheden op toe dat de klimaatmaatregelen voor de samenleving uitvoerbaar, haalbaar en betaalbaar blijven.

Draagvlak
Voor de uitvoering is draagvlak cruciaal. Dat is de reden dat de opgaven in het Klimaatakkoord op regionale schaal onder regie van de decentrale overheden worden uitgevoerd. Zo zijn we gestart met regionale energiestrategieën, regionale mobiliteitstrategieën, veenweidenstrategieën en industriële clusters. De provincies willen daarin kansen benutten in het eerlijk verdelen van de lasten en lusten van de verduurzaming, bijvoorbeeld via nieuwe gebiedsfondsen. Waarin initiatiefnemers de omgeving zo vroeg mogelijk betrekken maar óók investeren in diezelfde omgeving. Zodat álle inwoners profiteren, en niet alleen degenen die financieel kunnen participeren.

Netcapaciteit
Daarnaast is voor een succesvolle verduurzaming van de regionale economie voldoende netcapaciteit van groot belang, stellen de provincies. “De netcapaciteit moet op een aantal cruciale plekken zo snel mogelijk worden uitgebreid, want nu lopen waardevolle initiatieven van inwoners en ondernemers vast op het feit dat ze geen opgewekte stroom kunnen terug leveren aan het net. Dat moet zo snel mogelijk worden aangepakt.”

Regionale Energiestrategieën
Provincies boden het Kabinet in 2017 aan om via regionale energiestrategieën van onderop de elektriciteit- en warmteopgave te realiseren. Het Klimaatakkoord stelt deze gebiedsgerichte werkwijze onder regie van decentrale overheden centraal. Zo bepalen we samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties hoe en waar we hernieuwbare energie willen opwekken en hoe we onze mobiliteit en landbouw kunnen verduurzamen. Alles gebiedsgericht en met oog voor de wensen van inwoners.

Landbouw en landgebruik
De afspraken die in het klimaatakkoord zijn gemaakt over landbouw en landgebruik sluiten nauw aan de maatschappelijke opgaven in het landelijke gebied, zoals de ontwikkeling van kringlooplandbouw, leefbaarheid platteland en een toekomstbestendige natuur. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat provincies hierbij regie nemen op een gebiedsgerichte aanpak, samen met de maatschappelijke partijen, zoals landbouw- en natuurorganisaties. Utrechts gedeputeerde Hanke Bruins Slot: “Het is cruciaal dat we niet alleen kijken naar CO2 en bodemdaling, maar dat we in deze gebieden met de maatschappelijke partijen samenwerken aan een toekomstperspectief voor de landbouw en aan opgaven als biodiversiteit en landschap. Dit is een uitdagend proces waarbij het Klimaatakkoord middelen biedt om komende jaren een eerste start te maken.”

Duurzame mobiliteit
Als provincies investeren we al veel in duurzame mobiliteit: we zijn opdrachtgevers voor het openbaar vervoer en zorgen voor veel fietsvoorzieningen in Nederland. Al vóór het Klimaatakkoord zijn provincies begonnen om alle bussen in Nederland uiterlijk 2030 zero-emissie te maken. Groninger gedeputeerde Fleur Gräper–Van Koolwijk: “Vanuit onze ervaring hebben we grote ambities in de uitvoering van het Klimaatakkoord. We gaan samen met Rijk en gemeenten in de gebouwde omgeving zorgen voor de laadinfrastructuur voor elektrische auto’s en de CO2-uitstoot van grote (infrastructurele) bouwprojecten verlagen. Ook stellen we samen met vervoerregio’s en gemeenten Regionale Mobiliteitsprogramma’s op waarin we gebiedsgericht mobiliteit zonder CO2 uitstoot stimuleren. Zo bepalen we in de regio hoe we mobiliteitssystemen inrichten voor zero-emissie, veilige en gezonde verplaatsingen in een prettige leefomgeving.”

Industrie
De industrie heeft een grootaandeel in de opgave om CO2 te besparen en kan tegen relatief beperkte kosten CO2 reduceren ten opzichte van andere sectoren. De transitie van de industriële clusters vindt in de provincies plaats. Regionale clusters nemen initiatieven om de kansen in de energietransitie te verzilveren. Met maatregelen als procesefficiency, energiebesparing, opslag en gebruik van CO2 (CCS), elektrificatie en hergebruik van grondstoffen komen we tot een klimaatneutrale industrie. Gronings gedeputeerde Nienke Homan: “De industrie heeft een groot aandeel in de besparing van CO2. Ik zie de weg naar een volledige duurzame industrie, zonder fossiele grondstoffen, als een kans voor een nieuwe economie. Daarbij is het van groot belang dat we mensen tijdig opleiden voor deze nieuwe werkgelegenheid. De productie van groene waterstof levert daarin een belangrijke bijdrage”. In samenwerking met de RES-regio’s benutten de provincies de kansen om de warmteproductie in de industrie te koppelen aan de warmtevraag in de gebouwde omgeving.

Toezicht en handhaving CO2-reductie
In het Klimaatakkoord zijn vergaande ambities geformuleerd voor wat betreft de CO2-reductie voor industrie en mobiliteit. Deze dienen gerealiseerd te worden via onder meer een CO2-heffing voor industriële bedrijven en via een CO2-normering voor werkgerelateerde mobiliteit en energiebesparing bij bedrijven. De provincies zijn vergunningverlener en toezichthouder voor een groot deel van de bedrijven. Limburgs gedeputeerde Robert Housmans: “Als bevoegd gezag maken we ons sterk voor de haalbaarheid, uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van de maatregelen. We optimaliseren de uitvoering van de provinciale VTH-taken en maken het voor bedrijven zo laagdrempelig mogelijk om besparingsmaatregelen te treffen.”