Den Haag,
14
september
2020
|
21:27
Europe/Amsterdam

Reactie NP RES op vragen rond NOVI berichtgeving

(inclusief reacties van de ministeries EZK en BZK)

Afgelopen vrijdag is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) gepresenteerd. Daarin komen de grote ruimtelijke opgaven aan de orde, waaronder de energietransitie. De afgelopen dagen was de NOVI in het nieuws. Dat leidde tot vragen. Een uitspraak die veel gedeeld wordt in de media, gaat over zon en wind: “Bouw geen zonneweides, maar plaats zonnepanelen zo veel mogelijk op daken. Laten we windmolens zo veel mogelijk op zee bouwen.”

Deze uitspraak veroorzaakt onrust bij de regio’s die hard aan het werk zijn met plannen voor zon en wind in hun regio voor 2030 om daarmee invulling te geven aan de landelijk gemaakte afspraken aan de klimaattafels. Dat is begrijpelijk. De uitspraak in de media komt voort uit de voorkeursvolgorde zon uit de NOVI: eerst zon op dak of op onbenutte terreinen in bebouwd gebied te plaatsen vóórdat overgegaan wordt op zonneweides.Het is een hulpmiddel om beter (ruimtelijke) afwegingen te maken.

Deze uitspraak is daarmee niet nieuw. De voorkeursvolgorde staat ook in de Handreiking voor de RES’en van NP RES en is ook in vele regio’s al in de concept-RES’en opgenomen.Ook de verdeling tussen de opgave wind op zee ten opzichte van de opwekopgave op land tot 2030 staat niet ter discussie. De NOVI heeft de blik op 2050. De regio’s zijn al volop bezig met het invullen van de regionale en landelijke ambities. Zij wegen daar zowel de ruimtelijke effecten, draagvlak, als de impact op het netwerk af om te komen tot gedragen en uitvoerbare plannen.

Lees hier het artikel uit het Financieel Dagblad

Lees ook de reactie op de NOVI van de provincies 

 

Reactie EZK en BZK op vragen rond NOVI berichtgevingBericht n.a.v. item NOS JournaalNaar aanleiding van berichtgeving in het NOS journaal van zaterdag 12 september jl. is ten onrechte het beeld ontstaan dat de Rijkoverheid een nieuwe koers wil varen en wil gaan ingrijpen in het ruimtelijk energiebeleid. Dit beeld is om diverse redenen onjuist.

Relatie NOVI, Klimaatakkoord en RESDe NOVI geeft een doorkijk naar het jaar 2050, het jaar ook waarin de uitstoot van CO2 met 95% procent moet zijn gereduceerd ten opzichte van 1990.Het klimaatakkoord - en het daarop gebaseerde Nationaal Programma RES – geeft invulling aan het klimaatbeleid tot 2030, het moment waarop de CO2 uitstoot met 49% gereduceerd moet zijn t.o.v. 1990. Bestaande afspraken, zoals de 6.000 MW wind op land in 2020, de 35 TeraWattuur aan hernieuwbare elektriciteit op land en 49 TWh hernieuwbare elektriciteit op zee zijn nodig om het 2030-doel te halen en blijven dus onverkort van toepassing.

Voorkeursrichtingen in de NOVIMet de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Vanwege bovenstaande heeft het Rijk in de NOVI een aantal voorkeursrichtingen benoemd, die regio’s kunnen helpen om evenwichtige afwegingen te maken. Een van die voorkeursrichtingen komt voort uit de zonneladder die in augustus 2019 aan de Tweede Kamer is gestuurd en dient als afwegingskader voor overheden. De zonneladder spreekt een voorkeur uit voor zonnepanelen op gevels en daken van gebouwen. Een andere voorkeursrichting is dat na 2030 windparken zoveel mogelijk op zee worden gerealiseerd, voor zover dit kan in balans met de ruimte die nodig is voor functies, zoals scheepvaart, visserij, natuur en recreatie. Deze voorkeursrichtingen zijn geen dictaat, maar een hulpmiddel voor partijen als gemeenten en provincies om te komen tot een evenwichtige afweging.

Regie op ruimtelijke vraagstukkenOmdat Nederland een druk land is ontstaan er, zeker richting 2050, sprake van conflicterende ruimtelijke belangen. Dit betekent dat sturing op ruimtelijke keuzes nodig is. Die sturing vindt plaats door verschillende partijen en op verschillende momenten in de tijd. Regio’s wijzen momenteel plekken aan voor wind- en zon-pv tot 2030, het Rijk doet dit voor windenergie op zee. Rijksregie zit vooral in het actief meewerken aan de processen vanuit de nationale publieke belangen en die in goed overleg borgen. Uitgangspunten hierbij zijn subsidiariteit (decentraal wat kan) en met bestuurlijke instrumenten (het goede gesprek) boven juridische instrumenten.