Den Haag ,
09
maart
2018
|
13:00
Europe/Amsterdam

Trots op het behaalde resultaat, nu aan de slag! Michiel Koetsier over het Interbestuurlijk Programma

Na drie intensieve maanden van voorbereiding was het 14 februari zover: het Interbestuurlijk Programma (IBP) kon door minister-president Rutte en de voorzitters van de koepels worden ondertekend. Het programma bevat een inhoudelijke agenda voor de komende jaren. Voor het IPO en de provincies zijn onder meer klimaat, vitaal platteland, wonen, economie, financiën en goed openbaar bestuur belangrijke thema’s. In het IBP staan ook spelregels voor de onderlinge samenwerking. Hoe gaan we met elkaar om als we samen aan belangrijke maatschappelijke opgaven werken? Michiel Koetsier (provincie Gelderland) is de programmaleider van het IBP. Hij kijkt terug op de totstandkoming van het programma en vertelt wat er de komende tijd gaat gebeuren.

Een roerige tijd

Om het IBP tot stand te brengen is onder coördinatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken door vertegenwoordigers van IPO, VNG en UvW intensief samengewerkt met acht departementen.

Een roerige tijd, volgens Michiel. ‘Als IPO zijn we er in gestapt vanuit het perspectief dat we in de praktijk al samenwerken, maar dat dit nog veel beter kan. En moet. Dat leidde vaak tot heel constructieve gesprekken.’

Tegelijkertijd werd er tussen de VNG en de departementen ook stevig onderhandeld over bijvoorbeeld het sociaal domein. Dat was soms lastig, volgens Michiel. ‘Er was de wens om samen iets neer te zetten naast de strijd om tot een acceptabele uitkomst te komen.’

Intensieve samenwerking

Michiel: ‘Ik kijk met trots terug op de momenten in het proces waar we vanuit ons projectteam als IPO lieten zien hoe we samenwerking in praktijk kunnen brengen.’ Als voorbeeld noemt hij de intensieve samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarnaast is het projectteam direct het gesprek aangegaan binnen het ministerie van LNV en heeft daar al in een vroeg stadium alle sleutelspelers bij betrokken.

Een ander goed voorbeeld van het in praktijk brengen van de samenwerking is door in redactieteams met alle koepels en departementen actief partijen te verbinden. Terwijl, aldus Michiel, iedereen de neiging had om naar elkaar te blijven kijken en de kaarten voor de borst te houden. ‘Ik geloof niet dat ik eerder in een proces heb gezeten waar in de week voor de vaststelling zoveel telefoontjes, appjes en ingelaste vergaderingen heen en weer gingen. Dan is het fijn te constateren dat er nu een produkt ligt waar we als provincies goed tot ons recht komen. Dat is in het verleden wel eens anders geweest.’

Positief over de werkwijze

Nu de agenda is vastgesteld, verschuift het accent in de gesprekken naar de uitvoering. Die slag vraagt aan de ene kant goede afspraken met koepels en departementen en aan de andere kant een goed georganiseerde achterban, zowel binnen het IPO als bij de afzonderlijke provincies.

Het proces heeft, volgens Michiel, de afgelopen maanden wel onder druk gestaan, al is er vaak positief gereageerd op de nieuwe werkwijze. ‘Bij de departementen viel het op dat we als IPO onze zaken goed op orde hadden. Onze aanpak met een bestuurlijke kopgroep waar we regelmatig contact mee hadden en, in het verlengde daarvan, de Kring van Provinciesecretarissen en het IPO-bestuur zorgde er voor dat we snel konden schakelen.’

Goede communicatie essentieel

Michiel kent en begrijpt ook de geluiden uit de achterban - zowel bij het IPO als in de provincies - dat het traject soms moeilijk te volgen was. ‘Daar houden we dus ook rekening mee nu er nadere afspraken worden gemaakt’, aldus Michiel. ‘Waar mogelijk steunen we op bestaande IPO-structuren en bouwen we voort op trajecten die al lopen, zoals rondom het Klimaatakkoord. Daar weten mensen al waar ze aan toe zijn.’

Verder stelt Michiel zich voor dat acties worden bedacht en uitgezet via de IPO-adviseurs en de ambtelijke- en bestuurlijke Adviescommissies. Daarnaast kan er met kleine delegaties heel gericht aan de slag worden gegaan. Er kan direct contact worden gezocht met de koepels en de betrokken departementen. Volgens Michiel kan en hoeft ook niet alles samen, of met intensieve betrokkenheid van iedereen. Dat vergt wel onderling vertrouwen en goede communicatielijnen zodat er ook vertrouwen kan zijn. ‘We kijken ook terug op de afgelopen tijd om te leren hoe we van het traject en de samenwerking binnen het IBP kunnen leren. Die inzichten passen we toe in de nieuwe werkwijze met strategische trajecten, waarbij gewerkt wordt met een bestuurlijke kopgroep en een interprovinciaal ambtelijk team en ook bij andere processen waar we de nieuwe werkwijze gaan toepassen.’

Nu samen stappen zetten

‘Ik verwacht dat het IBP ook de komende maanden een impuls zal zijn voor onze eigen manier van werken’, zegt Michiel. De samenwerking heeft baat bij een heldere aanpak. ‘Dat de inhoud zich over meerdere domeinen, meerdere overheidslagen en departementen beweegt, maakt dat we ook onszelf opnieuw zullen moeten uitvinden. Dat vragen we ook van de departementen!’

Michiel vindt het spannend hoe snel alle partijen met elkaar de slag naar de uitvoering weten te maken. In dat uitvoeringsproces moet intensief worden samengewerkt met alle partners van het IBP. ‘Immers, de kracht van het IBP is vooral gelegen in die samenwerking, en dat vergt natuurlijk ook veel overleg en werken aan vernieuwing. En over je eigen – en elkaars – grenzen heen kijken. Zodra er stappen zijn gemaakt, zullen we daarover helder communiceren.'

Michiel sluit af met de opmerking: ‘Akkoorden sluiten, plannen van aanpak maken en op andere manieren gezamenlijk intenties vastleggen is een flink deel van het werk dat we met elkaar doen en kennen. Maar in de praktijk echt samen stappen zetten, is wat er nodig is. Laat het IBP daar alsjeblieft een goede impuls voor zijn!’